Maria Barnas – Ocho poemas

Maria Barnas (Hoorn, Holanda, 1973) es poeta, editora y artista visual. Estudió arte en la Rietveld Academy, y ha sido artista residente en la Rijksakademie en Amsterdam y The American Academy en Roma. Ha publicado los libros de poesía Twee zonnen (2003, Premio C. Buddingh), Er staat een stad op (2007), y Jaja de oerknal (2013, Premio Anna Bijns). Es autora además de las novelas Engelen van (1997) y De baadster (2000), así como del ensayo Fantastisch (2010, una selección de sus artículos culturales para el periódico NRC Handelsblad). Reside y trabaja en Ámsterdam y Berlín.

Laat staan

We kunnen in een zwarte spiegel kijken om nadien
meer kleuren te ontwaren. De greppel liet zich zelden
zo gemakkelijk ontwarren. De appels waren rijp.
Het veld was springerig van kleur en onberekenbaar.

We kunnen zwemmen in een koude zee om nadien
en bovendien de toekomst ligt open als een greppel
maar waar is de bodem. De toekomst ligt open
als een appel en waar is het huis. De toekomst ligt open

als een veld waarin dieren jagen builen zwellen modder
kuilen. Het leven laat zich niet vergelijken
met een lichaam laat staan het levendige springen.


Y no digamos

Podemos mirarnos en un espejo negro para luego
divisar más colores. Pocas veces la cuneta se dejó
disipar tan fácilmente. Las manzanas estaban maduras.
El campo estaba saltarín de color e imponderable.

Podemos nadar en un mar frío para luego
y encima el futuro se abre como una cuneta
pero dónde está el fondo. El futuro se abre
como una manzana y dónde está el corazón. El futuro se abre

como un campo donde cazan animales se hinchan bultos
hoyos de lodo. La vida no se puede comparar
con un cuerpo y no digamos el saltar vivaz.


Afkomst

Daar dommelt een dikke lome vis die zwart
is van ontbreken.

Het doffe zwart dat ik in de spiegel tref
wanneer ik met doek en ezel het veld
in trek tot alle kleur van het netvlies weg ebt.

Ja we trekken met doek en ezel richting het veld
regelrecht de geschiedenis in we gaan er in op
als in een toekomst en staan er middenin.

Achterstevoren leunen wij tegen de tijd in.
Het gras dat tot onze liezen reikt buigt mee.
De lucht raakt haast ons schubbenkleed.

Als wij vervolgens de blik op de omgeving
richten vallen de kleuren als niet eerder

waargenomen nee waaieren dat wentelt
in die druppelvormige vis.

Procedencia

Dormita ahí un pez gordo y perezoso que está
negro de carencia.

El negro mate que me encuentro en el espejo
cuando salgo al campo con lienzo y caballete
hasta que todo el color se escurre de la retina.

Salimos sí con lienzo y caballete en dirección al campo
adentrándonos de cuajo en la historia fundiéndonos
como en un futuro y hallándonos en medio de ella.

Nos apoyamos de espaldas contra el tiempo.
La hierba que nos llega hasta las ingles cede a la par.
El cielo casi roza nuestro manto de escamas.

Cuando a renglón seguido dirigimos la mirada
a nuestro entorno caen los colores como nunca antes

percibidos, no, abren como un abanico
lo que se revuelve en ese pez gotiforme.

Toekomst

Een bureaustoel rolt stommelend weg.

Ik zou tegen de doffe spiegel kunnen zeggen jij bent die vis
en daarbij: je zult me beminnen o teerbeminde
wat smak je nou is dat soms snakken aan het oppervlak?

We kunnen zeggen: de toekomst is een dofzwarte spiegel.
Of: er is een toekomst die we vormgeven.
Er komen dikke lome vissen in voor

onder te dompelen in zwaar water en op te rapen
als donkere robijnen te bewaren bij de bank
of veilig bij de woorden onder je matras.

De roggen in het zeeaquarium kun je overigens aaien.
Ze wenden de vleugels naar de strelende vingertoppen

die vormen van een toekomst oefenen
op een beeldscherm waarop het licht haast breekt.


Futuro

Una silla de escritorio se aparta rodando con sigilo.

Podría yo decirle al espejo mate tú eres ese pez
y además: me amarás oh bienamado
¿qué rumias, es acaso anhelo de la superficie?

Podemos decir: el futuro es un espejo negro mate.
O: hay un futuro al que damos forma.
Aparecen en él peces gordos y perezosos

sumergibles en agua pesada y recogibles
guardables cual oscuros rubíes en el banco
o en seguro con las palabras debajo del colchón.

Por lo demás las rayas del acuario se pueden acariciar.
Vuelven las aletas hacia las puntas sobadoras de los dedos

que ensayan formas de un futuro
en una pantalla donde la luz casi se refracta.

Peggy, zag je dat

Hoe een zalm in full colour vlezig roze
en zilver langs oevers van vlekkend groen

en spetters kleur die op de vloerplanken
van de schilder hemellichamen vormen

aan het firmament tegen de stroom in
met al zijn kracht boven het stuwende water

uit spat om dan zonder frictie zonder begin
of eind – o ademloze schilder van lucht

en wegebbend blauw – aan de tijd
ontsnapt om iets voor te stellen in een bad

van licht. Een vis zo te zien en dat hij wazig is
zullen we iemand kwalijk nemen.

Het is die glibberige vis wellicht
die van water naar water de ogen in

zwemt zich als latente voorstelling
opdringt en later ons hoofd uit spat.


Peggy, lo has visto

Cómo un salmón a todo color rosa carnoso
y plata bordeando orillas de verde que mancha

y salpicaduras coloridas que en las tablas del suelo
del pintor forman cuerpos celestes

en el firmamento da un coletazo con todas sus fuerzas
a contracorriente sobre el agua propulsora

y luego sin fricción sin principio
ni fin —oh pintor sin aliento de cielos

y azul menguante— escapa del tiempo
para representar algo en un baño

de luz. Un pez por lo visto y el que sea borroso
habrá que tomárselo a mal a alguien.

Es tal vez ese pez resbaladizo
que nadando de agua en agua entra en los ojos

insinuándose como una representación latente
y estallando luego fuera de nuestras cabezas.


Why I am Not a Painter

I am not a painter, I am a poet.
Why? I think I would rather be

 a painter, but I am not.
Frank O’ Hara

Mijn blik door een kier schat de ruimte in
ter hoogte van een trekkende horizon.

Lussen en lijnen schieten door verdwijnpunten
langszij om wat wegvlucht te beschrijven.

Zie dat overwegingen meetbaar zijn: weeg ze
in een hand die je toeknijpt en sla ermee

op tafel als met een vuist. Hoor de klap
in de aangrenzende kamer dreunen.

Laat het kind in je klimmen en houd de wereld
wang op wang op afstand.

Sluit een deur om iets teweeg te brengen –
een vorm van zekerheid in het verkleurde

huis dat licht is verschoven. De vloeren
buigen en de deuren kieren.

Ik heb een kwast
maar vind geen midden.

Ik zoek de randen van mijn bestaan
om te beginnen.

Por qué no soy pintor

No soy pintor, soy poeta.
¿Por qué? Creo que preferiría ser
pintor, pero no lo soy.
Frank O’ Hara

Mi mirada por un resquicio estima el espacio
a la altura de un horizonte tirante.

Lazos y líneas perforan de flanco los puntos
de fuga describiendo lo que escapa.

Veo que los considerandos son medibles: los sopeso
en una mano que tú aprietas y con ella doy un golpe

en la mesa como con un puño. Oigo cómo
retumba en la habitación contigua.

Deja que se encarame en ti el niño y mantén a distancia
mejilla con mejilla el mundo.

Cierra una puerta para provocar algo:
una forma de seguridad en la casa

descolorida ligeramente desplazada. Los suelos
ceden y se hienden las paredes.

Tengo un pincel pero no encuentro centro.
Ni margen por donde empezar.


Probleemwolf

Er is door alle belanghebbenden lang vergaderd.
De voorwaarden waaraan de probleemwolf
moet voldoen zijn zo niet geheel ondoorzichtig
dan toch grillig en van verschuivende aard.

Wij willen geen onrust zaaien maar
wij hebben bewijzen: de wolf is nabij.
Hij overtreedt keer op keer de grens
van vastgestelde kaders en toelaatbaarheid.

Het beest sluipt door de achtertuin en scherpt
de nagels aan de schuur. Likt de klamme vacht
voordat het zich verschuilt onder ons bed

waar wij nog moeten slapen. Een nachtstruik
strekt de scherpe takken in de onderbuik.
Maakte jij dat geluid? Zo kan ik niet huilen.

Lobo problemático

Los interesados debatieron largo y tendido.
Las condiciones que el problemático lobo
debe reunir son si no del todo opacas
por lo menos caprichosas y de índole variada.

No queremos sembrar la zozobra pero
tenemos pruebas: el lobo anda cerca.
Una y otra vez franquea el límite
de los marcos establecidos y la admisibilidad.

La bestia se desliza por el patio trasero y afila
las uñas en la carbonera. Se lame el húmedo pelaje
antes de esconderse debajo de la cama

donde aún hemos de dormir. Un arbusto nocturno
extiende las agudas ramas en el vientre.
¿Hiciste tú ese ruido? Así no puedo aullar.


Scherven ik

Op weg naar wie
de weiden wind en zonovergoten
versperde een vrouw me de weg.

Ze sprak: er ligt glas op de weg
zo groen dat je het bijna niet ziet
daar waar de bomen beginnen zie je het

schitteren? En de bomen begonnen
ze begonnen overal
toen de vrouw doorfietste

met de glimlachen van iemand
die een goede daad heeft verricht
en ik was te laat

om te vragen of ze me voor de scherven
van een vreemde behoedde
of dat zij de flessen aan stukken

had gesmeten op het pad
dat scheuren begon te vertonen.
Langzame planten kropen over mijn voeten.

Ik zag rimpels in mijn huid
en hoorde mijn stem kraken.
Er steeg iets op uit mijn keel

met korte vleugels.
Tussen de scherven
lichtten ze kortstondig op.


Esquirlas yo

En el camino hacia quien
los prados viento y un baño de sol
una mujer me cerró el paso.

Dijo: hay vidrio en el camino
de un verde que casi no se nota
ahí donde empiezan los árboles ¿lo ves

cómo brilla? Y los árboles empezaron
empezaron por todas partes
a seguir a la mujer pedaleando

con las sonrisas de alguien
que cometió una buena acción
y no me dio tiempo

a preguntarle si me protegía
de las esquirlas de un extraño
o había estrellado ella

las botellas en la senda
que empezaba a agrietarse.
Plantas lentas me cubrieron los pies.

Vi arrugas en mi piel
y oí cómo crepitaba mi voz.
De mi garganta remontaron vuelo

cosas de alas cortas.
Entre las esquirlas
se alumbraron de manera fugaz.


Misbaar

Pas maar op dat de spreker – is dat een dichter? –
op het podium geen metaforen gaat gebruiken
of andere zegswijzen die niet onmiddellijk helder zijn.
Pas maar op dat de stilte tussen de regels niet blijft hangen

in je hoofd als een onverstaanbaar meerstemmig zingen
wolken zinnen waar onduidelijke vormen
met onbeheersbare uitkomsten en vreemde klanken
zegevieren. We weten allemaal dat experiment

een ander woord is voor wanhoop en tijdsverspilling.
We weten allemaal dat de kunstenaar een olifant is
die te veel ruimte nodig heeft teveel blad opvreet.
Maar waar wil de olifant weten is de porseleinkast

waarin ik kan struinen waar is het tere servies
dat ik al strompelend en met misbaar aan diggelen
kan slaan? De olifant rolt om als een moe en zwaar
tapijt en rekt zich op. Olifanten huilen zacht

maar olifanten huilen nooit alleen en het wenen
bedekt als een meerstemmig koor de aardkorst
met een ragfijn web geweven van tonen en klanken
als van schimmelsporen. Ze waarschuwen

voor lasten en bommen en baten op korte termijn.
Ze horen een wereld krimpen en kraken.
Ze wenen om de moeders van voortvluchtige jongens.
Om de moeder van de eeuwige jongen.

Om de meisjes die volgen
en waar willen de olifanten weten zijn de vaders.
Ik sla een olifant van porselein aan stukken.
Het dier is hier niet op zijn plaats.

Alleen het kind misschien dat woedend roept:
‘hier komt de donder!’ voordat hij een tol
doet opspringen om de onaangekondigde dood.

Het publiek is moe en van het einde doordrongen.
De souffleur zegt: er is geen ontvangst.

De zaal zo zacht omspannen is zeker gekrompen.


Aparato

Ojo con que el orador —¿es un poeta?—
en el podio no se ponga a usar metáforas
u otros modismos faltos de claridad inmediata.
Ojo con que el silencio entre líneas no quede colgado

en tu cabeza como un canto polifónico incomprensible
nubes de frases donde triunfan las formas poco claras
con resultados incontrolables y sonidos extraños.
Todos sabemos que experimento es otra palabra

para desesperación y pérdida de tiempo.
Todos sabemos que el artista es un elefante
que necesita demasiado espacio come demasiada hoja.
Pero ¿dónde inquiere el elefante está la cristalería

en que pueda deambular dónde está el frágil cristal
que tambaleando y armando aparato pueda hacer
añicos? El elefante se revuelca como una alfombra
cansada y pesada y se estira. Los elefantes lloran bajito

pero los elefantes nunca lloran solos y su llanto
cubre cual coro polifónico la corteza terrestre
con una fina telaraña tejida de tonos y sonidos
como de esporas de moho. Nos advierten

de cargas y bombas y beneficios a corto plazo.
Oyen un mundo que se encoge y cruje.
Lloran por las madres de chicos fugitivos.
Por la madre del chico sempiterno.

Por las chicas que siguen
y donde inquieren los elefantes están los padres.
Hago trizas un elefante de porcelana.
El animal aquí no está en su sitio.

Tal vez solo el niño que clama con rabia:
“¡ahí viene el trueno!” antes de hacer saltar
un trompo en torno a la muerte no anunciada.

El público está cansado y embebido del final.
El apuntador sopla: no hay recepción.

La sala así englobada seguro que se ha encogido.

Traducción de Diego J. Puls – Foto extraída de https://www.behance.net/NOCANDY